Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Federatie

Implementatie door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, van het CPC (Communicatieplatform)

Wij maken ons grote zorgen over de implementatie, door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, van het CPC (Communicatieplatform – Plateforme de communication), waarvan u ongetwijfeld reeds kennis heeft genomen.

Dit platform is een initiatief gebaseerd op een bestaand partnerschap tussen het gerechtsdeurwaarderskantoor Modero en het OCMW van Antwerpen.

In de presentatietekst staat te lezen dat dit communicatieplatform tot doel heeft "preventieve hulp te bieden voor mensen met schulden, en dit dankzij een betere communicatie".

Door gebruik te maken van dit platform zouden de OCMW’s een beter overzicht hebben van de schuldensituatie van hun cliënten, althans voor wat betreft de schulden die door de aangesloten gerechtsdeurwaarders (minnelijke of gerechtelijke procedure) worden ingevorderd. De gerechtsdeurwaarders, van hun kant, zouden snel en efficiënter de solvabiliteit van de schuldenaar kunnen beoordelen. Van zodra een OCMW een cliënt op het platform registreert, stemmen de aangesloten gerechtsdeurwaarders ermee in om de invorderingsprocedures jegens die persoon tijdelijk te staken. Dat zou het OCMW voldoende tijd moeten geven om een realistisch afbetalingsplan op te stellen, dat dan automatisch zou worden aanvaard.

Wij vinden dit initiatief om verschillende redenen problematisch.

  • Tijdens de voorstelling van dit platform aan het Parlement in juni 2020 (wetsvoorstel 1352) kreeg het plan unanieme kritiek van alle bevraagde actoren/experts, waaronder de Autoriteit Persoonsgegevens. Allen wezen op de gevaren van het bijhouden van dergelijke informatie en op de noodzaak om het Centraal bestand van berichten van beslag te verbeteren, in plaats van een nieuwe gegevensbank te creëren. Het voorstel werd daarom zonder stemming geschrapt.
  • Het huidige platform zoals opgezet door de NKGB heeft dan ook geen enkele wettelijke basis, werd niet goedgekeurd door de Autoriteit Persoonsgegevens en biedt geen aanvullende garantie met betrekking tot de naleving van de AVG. De ons toegezonden protocollen en andere algemene voorwaarden bieden in dit opzicht onvoldoende garanties.
  • We vragen ons af hoe effectief deze platformen zijn in het bestrijden van de schuldenoverlast bij particulieren. Zelfs als de schuldeiser akkoord gaat met het platform, kunnen schuldeisers niet verplicht worden om het door de deurwaarder opgesteld afbetalingsplan automatisch te aanvaarden. Een afbetalingsplan blijft nog steeds een gunst van de schuldeiser en geen recht voor de schuldenaar. Daarnaast hebben veel schuldenaars schulden die niet door een gerechtsdeurwaarder of door een andere gerechtsdeurwaarder dan Modero (of de toekomstig aangesloten gerechtsdeurwaarder) geïnd worden waardoor we vragen hebben bij de daadwerkelijk impact van dit platform. Deze schulden vallen dus niet onder het betalingsplan. Er is dus geen garantie dat de inning van deze schulden zal worden opgeschort, hetgeen de vraag doet rijzen naar de werkelijke doeltreffendheid van dit platform.
  • Daarnaast is het hele gegeven van verzamelen en delen van gevoelige informatie problematisch. In het verleden kwam er reeds treffende kritiek bij soortgelijke voorstellen, maar toch zien we dat de huidige initiatieven teruggrijpen naar dezelfde recepten en onvoldoende garanties bieden op het eerbiedigen van de GDPR richtlijnen of het recht op privacy:
  • Informatie over schulden bevat vaak zeer gevoelig elementen. Ze kan bijvoorbeeld de gezondheidstoestand van de schuldenaar onthullen, zijn strafrechtelijke veroordelingen of eventueel strafbaar gepleegde feiten, en zelfs informatie over minderjarigen ten laste. De verwerking van dergelijke gegevens is volgens de GDPR-richtlijnen verboden of vereist ten minste een vergaande bescherming. Dergelijke gegevens mogen nooit verzameld worden zonder de vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige toestemming van de schuldenaar. Als de betrokkene in feite gedwongen wordt om toestemming te geven (omdat hij of zij anders negatieve gevolgen zou ondervinden of omdat de toestemming niet-onderhandelbaar is), kan de toestemming niet worden beschouwd als vrij gegeven. Wij zijn van mening dat iemand die voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van financiële of andere hulp van het OCMW, niet in staat is zijn toestemming vrij te geven zoals de wet het vooropstelt.
  • De informatie die een OCMW of een CAW over een cliënt/debiteur heeft, valt onder het beroepsgeheim en kan alleen onder strikte voorwaarden worden gedeeld. De verschillende voorstellen bieden geen enkele garantie op de eerbiediging van dit beroepsgeheim.
  • Het Centraal Bestand van Berichten van Beslag (CBB) is een reeds operationele databank, met weliswaar haar beperkingen maar met heel wat garanties voor gegevensbescherming. De initiatiefnemers van deze nieuwe platformen nemen hier echter geen genoegen mee en hebben de ambities om niet alleen schulden te verzamelen die voorwerp zijn geweest van een rechterlijke beslissing of schulden met een uitvoerbare titel (en dus opgenomen in het CBB), maar ook om de ‘minnelijke’ schulden van personen in kaart te brengen. Het gaat hier dus in feite over het oprichten van een daadwerkelijke "schuldencentrale" waar alle achterstallige betalingen (onbetaalde facturen van een energieleverancier, van het ziekenhuis, huurachterstanden, of nog niet betaalde telefoonkosten,…) van een private persoon zullen worden in opgenomen.
  • De enige voorwaarde waaraan een schuldeiser moet voldoen om de vooropgestelde databank te consulteren of erin te registreren, lijkt te zijn dat hij een beroep zal doen op een van de deelnemende gerechtsdeurwaarders. Afgezien van het feit dat incassobureaus, advocaten en andere gerechtsdeurwaarders hierdoor worden uitgesloten, krijgen bedrijven zo een zeer makkelijke toegangspoort tot de databank en kunnen ze op basis van eventueel foutieve of achterhaalde informatie vervolgens hun diensten aan personen weigeren. Dit zou kunnen leiden tot situaties van onverantwoorde uitsluiting.
  • Ook de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft in het verleden reeds gewezen op het gevaar van het oprichten van dergelijke schuldencentrales. Het risico op foutieve registratie van wanbetalingen, voornamelijk wanneer de gegevens worden ingegeven door de beroepssectoren en zonder gerechtelijke tussenkomst, is zeer groot. Het risico op fouten neemt toe naarmate het aantal geregistreerde personen stijgt. De Commissie benadrukte ook dat maatregelen om de overmatige schuldenlast te bestrijden voldoende rekening moeten houden met de grondrechten, zoals het recht op privacy, en dat de maatregel proportioneel moet zijn met het vooropgestelde doel. Het oprichten van een dergelijke centrale enkel voor een betere uitwisseling en een eventuele stopzetting van de invordering lijkt ons alvast niet aan dit proportionaliteitsprincipe te voldoen.
  • Tot slot is er een totaal gebrek aan transparantie over hoe deze platformen in de praktijk zullen werken. Het is tot op heden niet duidelijk wie zal opdraaien voor de oprichtings- en functioneringskosten van dit platform. De NKGB zegt dat de debiteur deze kosten niet zal moeten dragen maar dat stelt onvoldoende gerust. Omdat momenteel een duidelijk kader ontbreekt, kan de schuldeiser de kosten makkelijk doorrekenen aan de schuldenaar.

HIER vindt u tevens de analysenota die we hebben opgesteld met onze Waalse en Vlaamse tegenhangers: het Observatorium Krediet en Schuldenlast, de vzw Sam en het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding.

Hieronderwebsite vindt u verder het merendeel van de adviezen die in het Parlement zijn ingediend.

Avis Autorité de Protection des données
Avis CAMD
Avis Avocats FR
Avis Union Fr des Huissiers de Justice
Advies OVB
Advies AVAS
Advies SAM vzw
Avis RWLP
Advies vrederechters en rechters in politierechtbank

Agenda

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief