Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Info & Tools

Wat verandert er voor u in de praktijk door de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht, of “Potpourri-wet I”?

De wet “Potpourri I” is op 19 oktober 2015 in werking getreden.
Reeds in het stadium van “wetsontwerp” stuitten de voorgestelde hervormingen op felle kritiek vanwege tal van commentatoren . Wij treden hen graag bij in deze kritiek die ons volledig gegrond lijkt.

In wat volgt, gaat het er evenwel niet om de nieuwe maatregelen te beoordelen, maar wel om concreet te bekijken welke veranderingen zij met zich meebrengen in de manier waarop schuldbemiddelingsdossiers worden behandeld.

a) Betekenis voor het personeel van het Parket

Indien het materieel niet mogelijk is om een kopie van de dagvaarding af te leveren op de woonplaats van de schuldenaar (vernield, braakliggend terrein, duidelijk onbewoonde woning, ...) of indien de schuldenaar geen bekend adres of verblijfplaats heeft in België of in het buitenland, dan diende de deurwaarder tot nu toe zijn exploten aan de Procureur des Konings te betekenen.

De nieuwe artikelen 4-5 van de wet voorzien dat deze betekening nu niet langer aan de Procureur des Konings zelf hoeft gedaan te worden, maar rechtsgeldig kan worden gedaan aan een medewerker van het Parket.

A priori houdt dit geen verandering in voor de dossiers van schuldbemiddeling.

b) Motivering van de conclusies volgens een specifieke vorm

Wat zijn “conclusies”?
Conclusies zijn proceshandelingen waarbij de partijen in een proces hun eisen en hun verweermiddelen formuleren.
De conclusies kunnen worden opgesteld door de partijen zelf of door hun advocaat.
Zij dienen vooraf aan de tegenstander te worden overgemaakt.
De partijen concluderen beurtelings: de verweerder (de gedaagde) begint, de eiser antwoordt en zo voort.

De verweerder krijgt het laatste woord.

Vrij complexe procedureregels bepalen hoe de conclusies aan de tegenpartij moeten worden overgemaakt en wanneer dat moet gebeuren.

Tot op heden legde het Gerechtelijk wetboek geen enkele vormvereiste op aan conclusies, behalve dan dat de identiteit van de partijen diende te worden vermeld.

Dat verandert met de wet "Potpourri I". Voortaan moeten conclusies opgesteld worden conform een specifieke structuur. Indien niet wordt voldaan aan de opgelegde structuureisen, kan de rechter ervoor kiezen om geen rekening te houden met de argumenten die in de conclusies worden uitgewerkt en hoeft hij hier tegenover dus ook geen standpunt in te nemen.

In de praktijk heeft deze wijziging voornamelijk belang voor advocaten, maar zij kan ook een impact hebben op personen die zelf hun verdediging voeren, want voortaan zullen ook zij de opgelegde structuur moeten respecteren of het risico lopen dat hun argumenten door de rechter worden afgewezen.

Deze nieuwe maatregel zou ook gevolgen kunnen hebben voor schuldbemiddelaars die de gewoonte hebben om, wanneer één van hun gebruikers wordt gedagvaard, een kleine nota te schrijven ter attentie van de Rechter, hetzij om de financiële situatie van de schuldenaar uit te leggen, hetzij om bepaalde kosten die op het einde van dagvaarding worden gevorderd, te betwisten (onwettig strafbeding, interesten, ingebrekestelling aangerekend hoewel men in de minnelijke fase zit,…).

Er zijn twee mogelijkheden: als de nota zich beperkt tot uitleg over de financiële situatie van de schuldenaar met het oog op het bekomen van redelijke voorwaarden en termijnen, dan moet deze naar onze mening niet aan bepaalde vormvereisten voldoen.

Als in de nota echter bepaalde gevorderde bedragen worden betwist, dan gaat het wel degelijk om “conclusies” en moet hij voldoen aan de door de wet bepaalde vormvereisten (cf. het nieuwe artikel 744 van het Gerechtelijk wetboek) en bij voorkeur uiterlijk de dag vóór de zitting aan de advocaat van de tegenpartij worden overgemaakt.

c) De griffie zal geen gewoon schrijven meer richten aan partijen die worden vertegenwoordigd door een advocaat

Net zoals vroeger moet de advocaat de griffie op de hoogte brengen van zijn tussenkomst, zodra hij door een cliënt wordt aangesteld.

Wat nu verandert, is dat de griffie voortaan enkel nog post zal verzenden naar deze advocaat (en dus niet meer naar de cliënt), zolang die de griffie niet op de hoogte heeft gebracht van het einde van zijn tussenkomst.

Met andere woorden, zolang de advocaat de griffie niet schriftelijk laat weten dat hij niet langer tussenkomt voor deze of gene persoon, blijven de brieven rechtsgeldig aan hem gericht.

Deze verplichting geldt enkel voor advocaten en dus niet voor gerechtelijke schuldbemiddelaars, zelfs als ze advocaat zijn. Bij het uitvoeren van hun opdrachten als schuldbemiddelaar zijn zij immers aangesteld door de rechter en niet door “een” cliënt.

In de praktijk zal deze nieuwe verplichting voor advocaten voor ons wellicht niet veel veranderen. Er moet echter wel worden gecontroleerd, wanneer een gebruiker/persoon in schuldbemiddeling werd/wordt bijgestaan door een advocaat dat deze laatste, indien hij niet meer is aangesteld, dit wel degelijk heeft gemeld aan de griffie. Zo niet zou heel belangrijke post verloren kunnen gaan…

d) Procedure bij verstek

Eerste nieuwigheid: het verstekvonnis moet niet meer binnen het jaar worden betekend. Net als het vonnis op tegenspraak is het voortaan 10 jaar geldig.

Voorheen moest een verstekvonnis binnen het jaar worden betekend, op straffe van nietigheid. Indien de schuldeiser niet binnen het jaar tot de betekening van het vonnis was overgegaan, dan moest deze, om zijn vonnis te laten "herleven", een nieuwe vordering indienen bij de rechter die het vonnis had uitgesproken.

Het feit dat een verstekvonnis voortaan 10 jaar geldig is, zal volgens ons eerder positieve gevolgen hebben. We zullen vaker de kosten voor de betekening van een vonnis kunnen vermijden, die voorheen louter gemaakt werden omdat de schuldeiser wil vermijden dat het vonnis komt te vervallen.

We denken in het bijzonder aan situaties waarin, na een verstekvonnis, een afbetalingsplan wordt onderhandeld en goedgekeurd door de deurwaarder, die echter het vonnis toch betekent om te voorkomen dat zijn uitvoerende titel verstrijkt en zo de rechten van zijn volmachtgever te beschermen in het geval dat het plan niet meer nageleefd zou worden.

Tweede nieuwigheid, die duidelijk minder positief is: de macht van de rechter in het kader van een verstek worden tot het uiterste minimum beperkt.

Hij zal de grond van de vordering niet meer kunnen onderzoeken, behalve als deze duidelijk een verstoring van de openbare orde inhoudt. Dit betekent dat hij in de meeste gevallen een vonnis zal uitspreken dat in overeenstemming is met de dagvaarding, zonder al te veel diepgaande onderzoeken te verrichten.

Gedaan dus met de controle door de rechter van de strafbedingen, wederverhuringsvergoedingen, schadevergoedingen,… wat enorm nadelig is voor de partij die verstek geeft.

e) De voorlopige tenuitvoerlegging wordt de regel

Tot op heden had het beroep een opschortende werking, d.w.z. dat een vonnis uitgesproken in eerste aanleg niet kon worden uitgevoerd indien beroep werd aangetekend.

Om de opschortende werking van het beroep teniet te doen, volstond het om aan de rechter te vragen om het vonnis “uitvoerbaar bij voorraad” te verklaren. De rechter die de voorlopige tenuitvoerlegging toekende, moest zijn beslissing motiveren (meestal beperkte deze motivering zich tot de meest eenvoudige uitdrukking).

De regel is voortaan omgekeerd. Elk vonnis dat in eerste aanleg wordt gewezen, zal ambtshalve uitvoerbaar zijn, tenzij de rechter anders beslist middels een met redenen omklede beslissing (en behalve voor bepaalde vonnissen betreffende de staat van personen).

Het verzet daarentegen blijft opschortend.
In de praktijk zou deze wetswijziging geen al te grote veranderingen moeten teweegbrengen, omdat, op heden, de voorlopige tenuitvoerlegging van een vonnis, van uitzondering al tot regel is geworden.

f) Nieuwe niet-gerechtelijke procedure voor de invordering van onbetwiste geldschulden tussen handelaars

Uiterlijk vanaf 1 september 2017 zullen gerechtsdeurwaarders bevoegd zijn om zelf een uitvoerende titel uit te schrijven op het einde van een procedure waarbij de tussenkomst van een rechter niet vereist is.

Zo bepaalt het nieuwe artikel 1394/20 van het Gerechtelijk wetboek dat een gerechtsdeurwaarder kan overgaan tot de invordering “in naam en voor rekening van de schuldeiser, (van) elke onbetwiste schuld die een geldsom tot voorwerp heeft en die vaststaat en opeisbaar is op dag van de aanmaning bedoeld bij artikel 1394/21, ongeacht het bedrag ervan, vermeerderd met de verhogingen waarin de wet voorziet en de invorderingskosten alsmede, in voorkomend geval en ten belope van ten hoogste 10 % van de hoofdsom van de schuld, alle interesten en strafbedingen”, in zoverre zowel de schuldeiser als de schuldenaar zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Met andere woorden, zowel de schuldeiser als de schuldenaar moeten “handelaars” zijn (B-2-B-relaties ).

De voorgestelde procedure zal (samengevat) als volgt verlopen:

  • De gerechtsdeurwaarder die werd aangesteld door de advocaat van de schuldeiser stuurt de schuldenaar een aanmaning om binnen de maand te betalen. Deze aanmaning moet de verschuldigde bedragen vermelden, alsook een rechtvaardiging van deze bedragen. Bij deze aanmaning moeten de bewijsstukken waarover de schuldeiser beschikt en een antwoordformulier bijgevoegd worden (waarvan het model bij Koninklijk Besluit zal worden vastgelegd).
  • Aan de hand van het antwoordformulier zal de schuldenaar, binnen een termijn van één maand vanaf de datum van aanmaning, ofwel kunnen overgaan tot betaling, ofwel de schuld kunnen betwisten, ofwel een afbetalingstermijn kunnen vragen.
  • Indien de schuldenaar de schuld betaalt of betwist, stopt de procedure van invordering via de deurwaarder. Indien de schuldeiser de invorderingsprocedure wil verder zetten, dan zal hij dat op de klassieke manier moeten doen, via gerechtelijke weg.
  • Indien er afbetalingstermijnen worden overeengekomen, zal de invordering worden opgeschort.
  • Indien de schuldenaar niet reageert, zal de deurwaarder een proces-verbaal van niet-betwisting opstellen. Dit PV zal ten uitvoer worden gelegd door een magistraat van het Beheers- en toezichtscomité bij het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest.

In de praktijk zou deze nieuwe procedure, vanaf haar inwerkingtreding, belangrijke gevolgen kunnen hebben voor alle dossiers van (minnelijke) schuldbemiddeling die betrekking hebben op een zelfstandige (ook al is hij geen handelaar).

Overigens zal deze nieuwe procedure, ook al heeft zij in eerste instantie enkel betrekking op handelaars, zeer waarschijnlijk worden uitgebreid (indien zij succesvol blijkt) tot de schulden van particulieren. Dat zou rampzalig zijn, wetende hoe streng sommige gerechtsdeurwaarders nu reeds de wet op de minnelijke invordering toepassen…

g) Van de nieuwe maatregelen vermelden we tot slot nog de veralgemening van de enkelvoudige kamers in de rechtbanken van eerste aanleg en in de hoven van beroep en de beperking van de tussenkomst van het openbaar ministerie in burgerlijke zaken.

Ook al hebben deze wijzigingen geen rechtstreekse impact op het schuldbemiddelingswerk als zodanig, toch is het duidelijk dat ze niet zullen bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit van burgerrechtelijke procedures, wat in het nadeel kan spelen van bepaalde personen in schuldbemiddeling.

Agenda

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief