Verslag van het conferentiedebat van donderdag 19 april 2018: een ontmoeting met de DAVO

Het conferentiedebat van april 2018 was de gelegenheid voor een ontmoeting met vertegenwoordigers van de DAVO. Mevrouw Anne Berré, adviseur bij de FOD Financiën, legde ons in grote lijnen de werking van de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) uit.

De dienst werd opgericht bij wet van 21/02/2003, en werd vervolgens tweemaal grondig hervormd door de wetten van 12/05/2014 en van 26/03/2018.

De DAVO heeft twee opdrachten:

-  Het invorderen van achterstallig en lopend onderhoudsgeld;
-  Het betalen van voorschotten op het onderhoudsgeld voor de kinderen (vóór 01/10/2005 kwam deze bevoegdheid toe aan de OCMW’s).

1) In het kader van zijn 1ste opdracht, het invorderen van onderhoudsgelden, kan de DAVO enkel tussenkomen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

-  Het onderhoudsgeld werd toegekend aan de kinderen, de (ex-)echtgenoot, of de (ex-)samenwonende;
-  Het onderhoudsgeld werd vastgelegd in een definitief uitvoerbare titel (vonnis, notariële akte, uitvoerbare schikking);
-  Het onderhoudsgeld werd tweemaal niet of niet volledig betaald in de periode van 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag tot tussenkomst;
-  De eiser van het onderhoudsgeld is gedomicilieerd in België.

2) Om een beroep te kunnen doen op de 2de opdracht van de DAVO, moeten dezelfde voorwaarden eveneens vervuld zijn. Om voorschotten te kunnen ontvangen, eist de wet bovendien dat de maandelijkse inkomsten van de onderhoudsgerechtigde een bepaald bedrag niet overstijgen. De DAVO zal inderdaad geen voorschotten storten indien de onderhoudsgerechtigde meer dan € 1.800 netto per maand verdient, te vermeerderen met € 67,00 per kind ten laste (het bedrag van € 67,00 wordt verdubbeld voor een kind met een handicap).

Sinds de wetswijziging van 26/03/2018, kan ook een meerderjarig kind voorschotten ontvangen van de DAVO, maar enkel indien het nog recht heeft op kinderbijslag.

Procedure:

De aanvraag kan worden ingediend via een papieren formulier of via het aanvraagformulier dat beschikbaar is op de website.

Na ontvangst van het formulier verwerkt de DAVO de ingezamelde gegevens en stuurt vervolgens een voorstel van mandaat naar de onderhoudsgerechtigde. De DAVO stuurt ook een kennisgeving naar de onderhoudsplichtige die dan over 15 dagen beschikt om hierop te reageren en zijn argumenten te doen gelden. Hij kan bijvoorbeeld opwerpen dat hij reeds een bepaald bedrag betaald heeft, of dat er een nieuwe beslissing is tussengekomen waarbij het verschuldigde onderhoudsgeld werd verlaagd. De DAVO beslist dan of de dienst al dan niet zal tussenkomen en betekent die beslissing aan de onderhoudsgerechtigde. De onderhoudsplichtige ontvangt dan een ingebrekestelling om de verschuldigde bedragen te betalen. Indien de DAVO beslist dat de onderhoudsgerechtigde geen recht heeft op een tussenkomst, kan deze laatste tegen deze beslissing beroep aantekenen bij de beslagrechter.

Actiemiddelen van de DAVO:

-  Fiscale balans: Als de onderhoudsplichtige recht heeft op een belastingsteruggave vanwege de FOD Financiën kan deze laatste dat bedrag toewijzen aan de betaling van het verschuldigde onderhoudsgeld via de compensatie.

-  Sommendelegatie: Indien ze is toegekend aan de onderhoudsgerechtigde kan de DAVO hier op zijn beurt een beroep op doen en de inkomsten (loon, werkloosheidsuitkering) innen in de plaats van de onderhoudsplichtige. De werkgever of de uitkerende instelling moet deze inkomsten rechtstreeks storten aan de DAVO.

-  Dwangbevel: De DAVO kan een dwangbevel bekomen en overgaan tot maatregelen van gedwongen invordering, met inbegrip van het beslag op onroerend goed.

-  Vereenvoudigd derdenbeslag: De DAVO kan een beroep doen op deze procedure in een vereenvoudigde vorm. Het gaat om een beslag met dezelfde uitwerking als het klassieke derdenbeslag, maar de vormvereisten van de procedure zijn soepeler zodat deze sneller verloopt en de invorderingskosten beperkt blijven. Het optreden van een gerechtsdeurwaarder is immers niet nodig, het versturen van een aangetekend schrijven volstaat.

-  Sinds de wet van 2018:

o kan de DAVO een wettelijke hypotheek nemen op alle voor hypotheek vatbare goederen van de onderhoudsplichtige.

o beschikt de DAVO over ruimere onderzoeksbevoegdheden: de dienst kan zich voortaan wenden tot elke openbare instelling om informatie te bekomen over de vermogenssituatie van de onderhoudsplichtige.

De regeling inzake voorschotten

Het bedrag aan voorschotten dat de DAVO stort, is gelijk aan het geïndexeerde onderhoudsgeld, maar beperkt tot een maximumbedrag van € 175,00 per kind.

Eens de procedure is opgestart, betaald de DAVO de voorschotten uit gedurende een periode van 6 maanden, die eenmaal hernieuwbaar is mits voorlegging van de gevraagde documenten. De DAVO kan het recht op voorschotten opschorten wanneer de onderhoudsgerechtigde niet alle vereiste documenten niet kan voorleggen, en dit tot deze situatie in orde is gebracht.

Organisatie van de DAVO

De DAVO is een departement van de FOD Financiën en maakt deel uit van de dienst die bevoegd is voor de niet-fiscale invordering. Sinds 2014 is dat de dienst Inning en Invordering, die is opgesplitst in, enerzijds, de inning en, anderzijds, de invordering. De dienst Inning beheert de betalingen die bij de DAVO binnenkomen (hierin inbegrepen de intake van schuldvorderingen = indienen van schuldvorderingen bij de DAVO ==> aanvragen voor tussenkomst, wijziging, rechtzetting). De dienst Invordering is verantwoordelijk voor de gedwongen invorderingen.

Waar de DAVO oorspronkelijk over 30 kantoren beschikte op het Belgische grondgebied, is dat aantal tegenwoordig herleid tot 23.

De FOD Financiën heeft een nieuwe kijk ontwikkeld op de werking van de dienst en staat nu een procesgerichte aanpak voor, die inhoudt dat men niet meer werkt per materie maar wel op basis van processen en activiteiten (de afdeling Personenbelasting/btw/DAVO/… werd omgevormd tot Belasting/ Inning/ Invordering/…). Die aanpak heeft ook gezorgd voor een wijziging van de organisatiestructuur van de DAVO die sinds 2017, 11 infocenters omvat.

Bovendien zijn er ook plannen om, in de loop van de komende jaren, de DAVO te integreren in de teams invordering, die polyvalent zullen werken en bevoegd zullen zijn voor zowel de fiscale als de niet-fiscale invorderingen.

Afbetalingsregelingen

Afbetalingplannen kunnen bij de DAVO worden aangevraagd via MyMinfin, via e-mail, per brief of ter plaatse in een infocenter.

De aanvraag via MyMinfin is snel en geeft ook onmiddellijk aan of de aanvraag fouten bevat en of er gegevens ontbreken. Het aanvraagformulier is vooraf ingevuld, wat het proces nog vergemakkelijkt.

De procesgerichte aanpak heeft ook een invloed op de afbetalingsplannen. Het beoogde doel van de hervorming was een gelijke behandeling te verzekeren van elk type onderhoudsplichtige, transparante regels te formuleren, en een betere dienstverlening en compliance te garanderen.

Dit zijn de richtlijnen die de DAVO moet volgen bij de toekenning van elk afbetalingsplan:

Basisprincipes (voor de hele FOD Financiën, waaronder de DAVO):

-  Afbetaling van de schuld binnen de 4 maanden te rekenen vanaf de naar de onderhoudsplichtige gestuurde ingebrekestelling. Een afbetalingsplan van 4 maanden kan makkelijk worden toegekend, maar enkel indien de onderhoudsplichtige geen andere opeisbare schulden heeft.

-  Een afbetalingsplan tot 12 maanden is mogelijk, maar alvorens dit toe te kennen, zal de FOD Financiën de afbetalingscapaciteit van de onderhoudsplichtige nagaan. Als deze bijvoorbeeld beschikt over een zeer hoog inkomen is de kans kleiner dat een afbetalingsplan over 12 maanden wordt toegekend.

-  Afbetalingsplan over meer dan 12 maanden: dit wordt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, nooit toegekend.

Eigen aan de DAVO:

-  De onderhoudsplichtige moet zich ertoe verbinden om het volledige onderhoudsgeld tijdig terug te betalen, alsook de werkingskosten.

-  Als de onderhoudsplichtige 6 opeenvolgende maanden volledige betalingen uitvoert aan de DAVO, staakt deze laatste zijn tussenkomst. Zo vermijdt de onderhoudsplichtige dus de betaling van de werkingskosten verbonden aan de tussenkomst van de DAVO (= 13%). Het mandaat van de DAVO beperkt zich dan tot de invordering van de achterstallen, en niet meer van het lopende onderhoudsgeld.

Wat gedaan in geval van structurele schuldenlast, aangezien afbetalingsplannen over meer dan 12 maanden niet mogelijk zijn?

-  De DAVO vraagt aan de onderhoudsplichtige om bij de rechter een herziening van het bedrag van het onderhoudsgeld te bekomen.

-  De DAVO kan het invorderingsbevel opschorten of zelfs vernietigen. De dienst zal dit bijvoorbeeld doen wanneer de onderhoudsplichtige in de onmogelijkheid verkeert om zijn schulden te betalen.

-  De DAVO kan afzien van de invordering voor onherroepelijk insolvabele personen. In dat geval staat het de onderhoudsgerechtigde echter vrij om andere procedures in te leiden dan een invordering via de DAVO.

Enkele cijfers:

-  93% van de aanvragers bij de DAVO zijn vrouwen.

-  De DAVO beheert de dossiers van 93.000 onderhoudsgerechtigden (90.000 hiervan zijn kinderen en 3.000, voor het grootste deel moeders, zijn aanvragers of ook onderhoudsgerechtigden).

-  In 2017 werd 42% van de vorderingen geïnd. Dat cijfer stijgt van jaar tot jaar. Het gecumuleerd ingevorderde percentage sinds de oprichting van de DAVO ligt evenwel vrij laag, rond de 30%. Dat kan worden verklaard door het feit dat de DAVO zich veelal richt tot personen in armoede.

Vooruitgang op wetgevend vlak van de laatste jaren:

-  Stuiting van verjaring: De wet van 2014 maakt de stuiting van verjaring mogelijk door het versturen van een aangetekende brief. Verder geeft de wet van 2018 een opschortend effect aan een dwangbevel gericht aan een onderhoudsplichtige.

-  Afschaffing van het plafond van onvatbaarheid voor beslag sinds de wet van 2014: Voor aanvragen tot tussenkomst ingediend na 2014 hoeft de DAVO geen rekening meer te houden met de plafonds van onvatbaarheid voor beslag. Dat betekent dat voor 100% beslag kan worden gelegd op de inkomsten van de onderhoudsplichtige. Als de onderhoudsplichtige evenwel reageert en een beperking van het beslag aanvraagt om een deel van zijn inkomsten te behouden, kent de DAVO deze beperking in nagenoeg alle gevallen toe. Er bestaat geen richtlijn voor wat betreft het bedrag dat de DAVO aan de onderhoudsplichtige overlaat, maar de dienst zal in elk geval beslag leggen op het onderhoudsgeld + de kosten + de interesten. Dat blijft echter geval per geval te bekijken. Voor aanvragen die dateren van vóór 2014, is het voor beslag onvatbare bedrag gelijk aan het leefloon.

-  CSR: Sinds 2014 is het niet langer mogelijk om het onderhoudsgeld uit te stellen in geval van een gerechtelijk afbetalingsplan.

-  Invordering bij de onderhoudsplichtige: Als de onderhoudgerechtigde meer heeft ontvangen dan hij had mogen ontvangen, biedt de wet van 2014 de DAVO de mogelijkheid om elke maand een deel van de maandelijkse voorschotten alsook van de te ontvangen bedragen in te houden, te belope van 10% van de door de onderhoudsgerechtigde te ontvangen bedragen.

-  Betekening van het dwangbevel: Sinds de wet van 2014 hoeft de DAVO niet langer via een deurwaarder te passeren aangezien een eenvoudig aangetekend schrijven volstaat.

-  De wet van 2018 heeft als doel het eenvormig maken van de procedures voor alimentatievorderingen. Zij kent de DAVO een wettelijke hypotheek van de Schatkist toe, alsook ruimere onderzoeksbevoegdheden. Deze twee maatregelen waren al toegestaan voor de fiscale en de niet-fiscale invordering.

-  Wijziging sinds 2014 van het maximumbedrag van het inkomen voor de tussenkomst van de DAVO, met verdubbeling van de verhoging van dat bedrag indien het kind ten laste een handicap heeft.

-  Meerderjarig kind: Sinds 2018 heeft elk meerderjarig kind recht op voorschotten zolang het kinderbijslag geniet.

-  De wet van 2018 heeft ook een lacune in de teksten rechtgezet. Samenwonenden die uit elkaar gaan en beschikken over een notariële akte kunnen voortaan een procedure opstarten bij de DAVO. Tot nog toe was deze mogelijkheid uitsluitend voorbehouden aan gehuwde koppels.

-  Nieuwe drukkingsmiddelen:

o Als de onderhoudsplichtige veroordeeld wordt voor familieverlating, bestaat er sinds 2014 de mogelijkheid om zijn rijbewijs in te trekken.

o Sinds 2014 is een algemeen voorrecht op roerende goederen (voor een maximumbedrag van € 15.000) voorzien voor alimentatievorderingen. Dit voorrecht wordt tegenwoordig aangevuld met de wettelijke hypotheek.

-  De wet van 2014 voorziet in de creatie van een centraal bestand van vonnissen binnen de FOD Financiën met als doel makkelijker vonnissen te kunnen raadplegen, met inzonderheid van de vonnissen betreffende onderhoudsgelden. Dit bestand is echter nog niet aangemaakt.

-  Werkingskosten: In het verleden werden de werkingskosten ingehouden voordat het onderhoudsgeld aan de onderhoudsgerechtigde werd gestort. Die kosten, die destijds 5% bedroegen, werden afgetrokken van het onderhoudsgeld dat aan de onderhoudsgerechtigde werd gestort. Sinds 2014 schrijft de wet voor dat de werkingskosten bij de onderhoudsplichtige moeten worden ingevorderd bovenop het onderhoudsgeld. Ze bedragen voortaan 13%.

Hieronder vindt u de Powerpoint-presentatie die door mevrouw Berré werd getoond.

Agenda

augustus 2018 :

Niets voor deze maand

juli 2018 | september 2018

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief