Schuldsaldoverzekering

Verslag van de debatconferentie van 25 april 2017 over de laakbare praktijken inzake de schuldsaldoverzekering in het kader van het consumentenkrediet

In onze laatste debatconferentie van het jaar kwam de FOD Economie haar ervaring delen op het vlak van de schuldsaldoverzekering in het kader van het consumentenkrediet. De Powerpoint-presentatie (in het Frans) die tijdens deze conferentie getoond werd, wordt hier opgenomen met de toestemming van de FOD.

PowerPoint - 226 kB
Compte-rendu Conférence ASR

Wij maken tevens van deze gelegenheid gebruik om de theoretische regels op dit vlak op te frissen, zoals deze werden uiteengezet tijdens de debatconferentie.

De schuldsaldoverzekering: Wat is wettelijk toegestaan?

Gecombineerde offertes (krediet + verzekering) zijn verboden, maar de kredietgever kan de consument verplichten om een verzekering te nemen. Hij mag de consument echter in geen geval verplichten om deze verzekering af te sluiten bij een bepaalde verzekeraar, met inbegrip van zichzelf.

De kredietgever mag de kredietverlening dus afhankelijk maken van het afsluiten van een verzekering door de consument. De kredietgever heeft wettelijk gezien het recht om te stellen dat hij de lening pas zal toestaan indien de consument zich verzekert. In voorkomend geval heeft de kredietgever echter niet het recht om een bepaalde verzekeraar op te leggen (zichzelf of een derde).

Artikel VII.87.
§ 1. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar verboden om de consument te verplichten in het raam van het sluiten van een kredietovereenkomst een andere overeenkomst te ondertekenen bij de kredietgever, de kredietbemiddelaar of een door hen aangewezen derde.
(…)
§ 4. Elk beding strijdig met dit artikel wordt voor niet geschreven gehouden.

Maar, als de kredietgever het afsluiten van een verzekeringsovereenkomst oplegt aan de consument, dan moet hij zich aan de volgende regel houden: de kost van de verzekering moet inbegrepen zijn in de berekening van het JKP.

Artikel I.9, 41°
totale kosten van het krediet voor de consument: alle kosten die de consument moet betalen in verband met de kredietovereenkomst en die de kredietgever bekend zijn, met uitzondering van de notariskosten. Zijn hierin onder meer begrepen : (…)
e) de kosten betreffende nevendiensten die verbonden zijn aan de kredietovereenkomst, onder meer verzekeringspremies, indien het sluiten van deze dienstenovereenkomst verplicht is om het krediet zelf te verkrijgen of tegen de commerciële bedingen en voorwaarden waaronder het verhandeld wordt; (…)

Uit deze regel volgt dat, indien de kredietgever eist dat de kredietnemer een verzekering afsluit, dan moet deze in aanmerking worden genomen bij de berekening van het JKP. De kredietgever mag het wettelijke maximumtarief van het JKP evenwel niet overschrijden. Als hij het afsluiten van een verzekering oplegt, dan zal het JKP stijgen en zal de kredietgever andere mechanismen moeten aanwenden om het JKP zodanig te verlagen dat het in overeenstemming is met het wettelijke maximumtarief.

Aangezien de kredietgever geen bepaalde verzekeraar mag opleggen, inclusief zichzelf, zullen de verzekeringspremies (indien hij aan de consument een verzekering oplegt) in een meerderheid van de gevallen ten goede komen aan een andere maatschappij. De kosten van deze verzekering zullen echter het JKP doen stijgen; hierdoor zal de kredietgever het evenwicht moeten herstellen door de rentevoet van het krediet te verlagen, wat dan weer zijn eigen winst beperkt. Dat is niet in zijn voordeel. Kredietgevers leggen in de praktijk dan ook geen verzekering op, omdat dit hun winst aantast.

Helaas stellen we vast dat sommige kredietgevers bepaalde praktijken aanwenden om feitelijk toch een verzekering op te leggen, zonder dat die verzekering op zich een voorwaarde uitmaakt voor het verlenen van het krediet.

  • Bijvoorbeeld: een kredietgever vraagt aan de consument om een document te ondertekenen zonder hem uit te leggen dat het om een verzekeringsovereenkomst gaat.

Deze praktijk is onwettig maar wordt in de praktijk vastgesteld.

Naast deze basisregel leggen twee bepalingen uit het Wetboek van economisch recht, die naast elkaar moeten worden gelezen, welbepaalde verplichtingen op aan de kredietgever.

• De kredietgever moet het krediet zoeken dat het best is aangepast aan de middelen van de kredietnemer en aan het doel van de lening.

Artikel VII.75.
De kredietgever en de kredietbemiddelaar zijn gehouden om voor de kredietovereenkomsten die zij gewoonlijk aanbieden of waarvoor zij gewoonlijk bemiddelen, het krediet te zoeken dat qua soort en bedrag het best is aangepast, rekening houdend met de financiële toestand van de consument op het ogenblik van het sluiten van de kredietovereenkomst en met het doel van het krediet.

Deze bepaling wordt gebruikt om te stellen dat de kredietgever niet het meest aangepaste kredietbedrag heeft gezocht wanneer een verzekeringsovereenkomst wordt gefinancierd terwijl de consument dit niet heeft aangegeven in zijn verklaring van het doel van het krediet. Deze bepaling moet samen worden gelezen met artikel VII.69, §2 CRC dat de kredietgever verplicht om de consument een vragenlijst te laten invullen ("kredietaanvraag"), die onder meer peilt naar het doel van het krediet.

• In de eerste plaats moet het belang van de consument worden nagestreefd.

Artikel VII.70, §1 al. 3 : (…)
De kredietgever en de kredietbemiddelaar treden bij het opstellen van kredietproducten of bij het toekennen van, bij het bemiddelen bij of bij het verlenen van adviesdiensten inzake krediet en, in voorkomend geval, bij nevendiensten aan consumenten, of bij het uitvoeren van een kredietovereenkomst, op een eerlijke, billijke, transparante en professionele wijze op, rekening houdend met de rechten en belangen van de consument. De activiteiten met betrekking tot de toekenning, bemiddeling of verlening van adviesdiensten aangaande kredietverstrekking of, in voorkomend geval, nevendiensten, worden gebaseerd op informatie over de omstandigheden van de consument en elke specifieke eis die de consument heeft medegedeeld, en op redelijke veronderstellingen aangaande de risico’s gerelateerd aan de situatie van de consument gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst. (…)

Zo is een werkloosheidsverzekering die wordt afgesloten terwijl de consument werkloos is, strijdig met dit artikel. Net als een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor een gepensioneerde, invalide of werkloze persoon. Zo ook voor een verzekering waarvan de onderschrijving voorwaardelijk wordt gemaakt aan de goede gezondheid van de verzekerde, terwijl deze geniet van een vervangingsinkomen dat verband houdt met zijn gezondheidstoestand (mutualiteit, ...).

Wat kan de consument eisen in geval van overtreding?

De consument kan proberen om zijn krediet in der minne te heronderhandelen of zelfs aan de verzekeraar de volledige terugbetaling van de verzekeringspremies vragen, die werden betaald voor een verzekering die duidelijk onredelijk is.

De zaak kan ook voor de rechter gebracht worden met de vraag om de modaliteiten van de overeenkomst te herzien. In dat laatste geval is de rechter bevoegd om burgerlijke sancties te treffen ten aanzien van de kredietgever die zich schuldig heeft gemaakt aan het frauduleuze gedrag. Afhankelijk van de aard van de vastgestelde inbreuk, moet of mag deze laatste de overeenkomst aanpassen en er bijzondere uitvoeringsbepalingen aan toevoegen.

Artikel VII.196.
De verplichtingen van de consument zijn van rechtswege beperkt tot de prijs bij contante betaling van het goed of de dienst of tot het ontleende bedrag wanneer :
1° de kredietgever een kredietovereenkomst toegezegd heeft tegen een percentage dat hoger ligt dan het percentage dat de Koning met toepassing van artikel VII. 94 heeft vastgesteld; (= overschrijding van het maximum toegelaten JKP)
2° de kredietgever de bepalingen bedoeld in artikel VII. 95 niet heeft nageleefd of miskend; (= niet naleven van de maximale terugbetalingstermijn van het krediet die werd opgelegd door de wet)
3° (…) (= heeft betrekking op de overdracht van de kredietovereenkomst)
4° (…) (= heeft betrekking op niet-erkende kredietgevers)
5° de kredietgever de bepalingen bedoeld in de artikelen VII. 87 niet heeft nageleefd of heeft miskend. (=verbod op gekoppelde aanbiedingen en op het opleggen van een bepaalde verzekeraar)
(…)
Artikel VII.201.
Onverminderd de andere gemeenrechtelijke sancties, kan de rechter de consument ontslaan van het geheel of van een gedeelte van de nalatigheidsintresten en zijn verplichtingen verminderen tot de prijs bij contante betaling van het goed of de dienst of tot het ontleende bedrag wanneer:
1° de kredietgever de verplichtingen bedoeld in de artikelen VII. 69 (= heeft betrekking op de kredietwaardigheidsbeoordeling), VII. 70 (= het belang van de consument moet vooreerst worden onderzocht), VII. 72(=heeft betrekking op precontractuele informatie), VII. 74(= heeft betrekking op de verplichting om informatie en uitleg te verstrekken aan de consument), VII. 75(= verplichting om het krediet te zoeken dat het best is aangepast aan de middelen van de consument en aan het gewenste doel) en VII. 77 (= heeft betrekking op de kredietwaardigheidsbeoordeling) niet heeft nageleefd;
2° de kredietbemiddelaar de verplichtingen in de artikelen VII. 69, § 1, eerste lid, VII. 70, VII. 71(= heeft betrekking op de te verstrekken informatie), VII. 74, VII. 75, VII.112 (= heeft betrekking op de erkende kredietgevers) en VII.113, § 1° (= heeft betrekking op de kredietwaardigheidsbeoordeling) niet heeft nageleefd;
3° de vormvereisten als bepaald in artikel VII. 76 betreffende het sluiten van de kredietovereenkomst niet in acht werden genomen.
In die gevallen behoudt de consument het voordeel van de betaling in termijnen.

Op grond van artikel VII. 196, moet de rechter de verplichtingen van de consument verminderen, terwijl hij ze op grond van artikel VII. 201 kan verminderen, wat hem een grotere beoordelingsvrijheid geeft. In het kader van deze twee artikelen behoudt de consument de mogelijkheid om de betalingen in de tijd te spreiden.

We herinneren eraan dat het aan de consument toekomt om de nodige procedures in te leiden teneinde te kredietgever te laten veroordelen en schadeloosstellingen te bekomen.

Bij wie berust de bewijslast?

Artikel VII.87.
§ 1 al. 2 De bewijslast dat de consument de vrije keuze heeft gehad met betrekking tot het sluiten van iedere nevendienstcontract, die bijkomend met de kredietovereenkomst wordt gesloten, komt toe aan de kredietgever en de kredietbemiddelaar.

In geval van geschil over het al dan niet opleggen van een verzekeringspolis gekoppeld aan een kredietovereenkomst komt het aan de kredietgever toe om te bewijzen dat hij de consument niet gedwongen heeft om een verzekering te onderschrijven. De kredietgever zal moeten aantonen dat hij de consument niet verplicht of gedwongen heeft. Het komt er eigenlijk op neer dat hij de afwezigheid van een gedrag moet aantonen. Het is evenwel feitelijk onmogelijk om het onweerlegbare bewijs te leveren van een negatief feit. De rechter zal zich bijgevolg moeten uitspreken op basis van de elementen aangevoerd door de kredietgever. Indien de rechter oordeelt dat de door de kredietgever aangevoerde bewijsstukken onvoldoende zijn, geniet de consument het voordeel van de twijfel.

Dit vermoeden geldt echter alleen als de verzekering op hetzelfde ogenblik werd onderschreven als de kredietovereenkomst.

• Standaardbeding: Wat te zeggen over het beding in de algemene voorwaarden dat stelt dat de verzekering niet werd opgelegd?

Voorbeeld van een dergelijk beding: « De consument verklaart dat de verzekering werd onderschreven met volledige kennis van zaken en van de uitwerking ervan, en dat hij de verzekering uit eigen wil heeft onderschreven en hierbij op generlei wijze werd beïnvloed door de andere partij aan deze overeenkomst of door een andere persoon waarmee zij geassocieerd is.»

Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde in haar arrest Consumer Finance van 18 december 2014 [1] dat een contractueel beding dat stelt dat de kredietgever de kredietwaardigheid van de consument heeft onderzocht en beoordeeld, niet volstaat als bewijs dat deze kredietwaardigheidsbeoordeling daadwerkelijk werd uitgevoerd; en dat zelfs indien dit beding uitdrukkelijk werd onderschreven en ondertekend door de consument. De rechter moet de gevolgen van dit soort bedingen negeren en zich op de feitelijke elementen baseren om te oordelen of de kredietwaardigheidsbeoordeling daadwerkelijk werd uitgevoerd. In afwezigheid van andere elementen die bewijzen dat de kredietwaardigheidsbeoordeling werd uitgevoerd, moet het beding zonder rechtsgevolg blijven.

Deze beslissing moet gezien worden in het licht van artikel VII. 87, §1 al. 2 van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot de bewijslast. Het Wetboek bepaalt dat in de overeenkomst geen enkele voorziening mag worden opgenomen die erop gericht is de kredietgever te ontslaan van de bewijslast die hem toekomt.

Hieruit volgt dat, indien een beding in de overeenkomst stelt dat de verzekering niet werd opgelegd, dat beding de kredietgever geenszins ontslaat van zijn verplichtingen noch van de bewijslast die hem is opgelegd. Bijgevolg zal de kredietgever het feitelijke bewijs moeten leveren dat hij geen verzekering heeft opgelegd, zelfs als een beding stelt dat dit inderdaad niet het geval is.

Andere mogelijkheden:

-  Klacht indienen bij de FOD Economie tegen een kredietgever/kredietinstelling. [http://economie.fgov.be/nl/geschillen/klachten/waar_hoe_klacht_indienen/#.WTEtxtykL_0
>http://economie.fgov.be/nl/geschillen/klachten/waar_hoe_klacht_indienen/#.WTEtxtykL_0]

-  Klacht indienen bij de FSMA als de klacht een verzekering betreft. http://www.fsma.be/nl/Doormat/Contact/Contactformulier.aspx

Indien deze procedure wordt gevolgd, herinneren we eraan dat een klacht die wordt ingediend in een dossier niet zal leiden tot een terugbetaling of een schadevergoeding ten voordele van de persoon die getroffen werd door het foutieve gedrag van een kredietgever. De klacht kan uiteindelijk leiden tot een sanctie maar deze kan de kredietgever niet opleggen om het slachtoffer schadeloos te stellen. Om schadeloosstelling te bekomen, dient de consument die het slachtoffer is geworden van het frauduleuze gedrag zelf de nodige stappen te ondernemen (gerechtelijk of minnelijk). Wel is het ontegensprekelijk zo dat het bestaan van een lopende klacht een invloed heeft op de toekomstige onderhandelingen met de betreffende kredietgever. Het indienen van een klacht brengt zeker een bijkomende werklast met zich mee, maar het effect hiervan mag niet worden genegeerd. De klacht helpt immers om de machtsverhoudingen tussen de consument en de kredietgever te wijzigen en kan de situatie gunstig doen evolueren met het oog op het bekomen van een schadeloosstelling. Bovendien brengen dergelijke klachten dossierstof en cijfermateriaal aan die behulpzaam zijn in de strijd tegen dergelijke praktijken.

-  Een klacht indienen bij de bevoegde ombudsman:

o Voor kredietgevers/kredietinstellingen: de Ombudsfin (http://www.ombudsfin.be/nl/particulieren/klacht-indienen/)

o Voor verzekeraars: de Ombudsman verzekeringen (http://www.ombudsman.as/nl/complaint/index.asp)

Onderzoek van de FSMA

De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, de FSMA, onderzoekt momenteel schuldsaldoverzekeringen bij consumentenkrediet. Het eerste deel van dit onderzoek werd onlangs afgerond en hieruit blijkt dat de schuldsaldoverzekering een kostelijk product is in verhouding met de geboden dekking.

Cijfers :

  • Tussen 2011 en 2015 hebben slechts 0,24% van de bestaande contracten aanleiding gegeven tot een schadevergoeding.
  • De ondernemingen die het voorwerp uitmaken van het onderzoek ontvingen 65 miljoen € verzekeringspremies
  • 12% van 65 miljoen ging naar de betaling van schadevergoeding. (Bij één verzekeraar, ging slechts 1,16% naar de betaling. Bij de andere verzekeraars was dit ongeveer 20%)
  • 53% van 65 miljoen ging naar de betaling van kosten en commissielonen. (Het bedrag stijgt tot 70% bij één verzekeraar)
  • De resterende 35% van 65 miljoen is winst voor de verzekeraar (waarvan eventueel beperkte herverzekeringspremies afgetrokken moeten worden)

Meer info : http://www.fsma.be/nl/Site/Repository/press/div/2017/05-23_krediet.aspx

[1Arrest C-449/13 van 18 december 2014

Agenda

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief