Info & Tools

Nieuwe reden voor stuiting van de verjaring in het burgerlijk recht!

De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft op 8 mei 2013 het wetsontwerp goedgekeurd tot wijziging van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek teneinde aan de ingebrekestellingsbrief van de advocaat, de gerechtsdeurwaarder of de persoon die krachtens artikel 728, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek in rechte mag verschijnen, een verjaringsstuitende werking te verlenen.

Ter herinnering: tot op heden kon, krachtens artikel 2244 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, verjaring in het burgerlijk recht enkel worden gestuit door:

  • een dagvaarding voor het gerecht
  • een betekening van een voorafgaand bevel tot betaling
  • een betekening van beslag
  • een erkenning van schuld

Het nieuwe artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt voortaan, in lid 2, dat de ingebrekestelling die per aangetekende brief met ontvangstbewijs door (1) de advocaat van de schuldeiser (2) door de gerechtsdeurwaarder aangesteld door de schuldeiser of (3) door de afgevaardigde van een vakorganisatie of een maatschappelijke instelling in het bijzonder , wordt verstuurd naar de schuldenaar met woonplaats in België de verjaring stuit.

Voorwaarden waaraan de ingebrekestelling moet voldoen om een verjaringsstuitende werking te hebben

  1. - Er moet een aangetekende brief met ontvangstbewijs verstuurd zijn.
  2. - De schuldenaar moet in België wonen.
  3. - De schuldeiser/de deurwaarder/de afgevaardigde moet in het bezit zijn van een getuigschrift van woonplaats dat minder dan een maand oud is.
  4. - Indien de schuldenaar over een andere gekende verblijfplaats beschikt dan zijn woonplaats, moet een afschrift van de aangetekende brief ook naar zijn verblijfplaats worden gestuurd.
  5. Vermeldingen die de ingebrekestellingsbrief moet bevatten om een verjaringsstuitende werking te hebben
  6. - Volledige gegevens van de schuldeiser met inbegrip van zijn verkozen woonplaats;
  7. - Volledige gegevens van de schuldenaar ;
  8. - Omschrijving van de vordering;
  9. - Motivering van alle bedragen die van de schuldenaar worden gevorderd;
  10. - De termijn waarbinnen de schuldenaar zijn verbintenissen kan nakomen;
  11. - Vermelding van de mogelijkheid voor de schuldeiser om in rechte op te treden in geval van wanbetaling;
  12. - Vermelding van de verjaringsstuitende werking van de ingebrekestelling;
  13. - Handtekening van de advocaat, de deurwaarder of de afgevaardigde.

Opgelet: De wet betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument mag hier niet worden vergeten. Deze wet stelt bijkomende vormvereisten voor de geldigheid van de ingebrekestellingsbrief (zie met name de vermelding “Deze brief betreft een minnelijke invordering en geen gerechtelijke invordering: dagvaarding voor de rechtbank of beslag”).

Gevolgen van de ingebrekestelling

1. Een nieuwe verjaringstermijn van een jaar begint te lopen, tenzij de oorspronkelijke termijn korter of langer is.

Voorbeeld 1 : huurschulden van 18/06/2013 : de verjaringstermijn bedraagt 5 jaar (18/06/2018). De ingebrekestelling die op 18/06/2014 door de advocaat werd verstuurd, heeft niet tot gevolg dat de verjaring op 18/06/2015 zou intreden. De verjaring blijft verworven op 18/06/2018.

Voorbeeld 2: U hebt uw poetsvrouw voor de dag van 18/06/2013 niet betaald. Ze beschikt over een termijn van 6 maanden waarin ze de betaling van haar loon kan eisen (18/12/2013). Op 18/11/2013 ontvangt u een ingebrekestelling van haar advocaat waarin de betaling van het loon in kwestie wordt geëist. Door deze ingebrekestelling begint een nieuwe termijn van 6 maanden in plaats van 1 jaar te lopen (zoals de oorspronkelijke termijn). De verjaring treedt dus in op 18/05/2014.

2. Deze nieuwe termijn begint te lopen vanaf de VERZENDINGSDATUM van de ingebrekestelling.

3. De verjaring kan op deze manier slechts één keer worden gestuit.

Wat te denken van deze nieuwe bepaling?

Het doel van de wetgever is voornamelijk te vermijden dat te snel voor het gerecht wordt gedagvaard voor vorderingen met een zeer korte verjaringstermijn (van 6 maanden tot 2 jaar). Het gaat erom de consument te beschermen en te vermijden dat deze bijkomende kosten moet dragen die met een rechtsvordering gepaard gaan. In de praktijk kan inderdaad worden vastgesteld dat ziekenhuizen bijvoorbeeld de neiging hebben om de schuldenaar vrij snel voor het gerecht te dagvaarden om te vermijden dat hun vorderingen zouden verjaren. Daardoor verzwaart de schuld van de patiënt aanzienlijk.

Deze nieuwe bepaling heeft dus als voordeel dat meer kansen worden geboden aan de minnelijke fase en dus aan een onderhandelde oplossing, en dit tegen een bescheiden kost.

De keerzijde van de medaille is natuurlijk het feit dat de verjaring minder vaak kan worden ingeroepen aangezien deze zeer gemakkelijk kan worden gestuit.

Agenda

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief