Info & Tools

Nieuwe gevolgen van fiscale bemiddeling

In geval van meningsverschil met de FOD Financiën, is het mogelijk om een verzoek tot bemiddeling in te dienen bij de fiscale bemiddelingsdienst om een minnelijke aanzuiveringsregeling te bekomen.

De procedure heeft enkele wijzigingen ondergaan, die van toepassing zijn sinds 1 september 2017 en de inwerkingtreding van de wet van 10 juli 2017 tot versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst.

De nieuwe wet heeft evenwel het bemiddelingsaspect niet gewijzigd: het verslag dat door de bemiddelingsdienst wordt opgemaakt, is nog steeds niet bindend voor de FOD die altijd een andere beslissing kan nemen.

Opschorting van de middelen tot tenuitvoerlegging

Wanneer een verzoek tot fiscale bemiddeling wordt ingediend en deze een geschil betreft met de ontvanger gelast met de fiscale of niet-fiscale vorderingen, kan gedurende een termijn van maximaal één maand geen enkele uitvoeringsmaatregel worden getroffen. De reeds uitgevoerde beslagen behouden wel hun bewarend karakter en de reeds uitgevoerde derdenbeslagen blijven van kracht.

In geval van geschil met de ontvanger en indien een verzoek tot bemiddeling werd ingediend, kan de belasting dus gedurende maximaal één maand niet worden ingevorderd.

De nieuwe wet maakt het ook gemakkelijker om een bezwaarschrift in te dienen

Niet zelden raakt men de weg kwijt in de doolhof van de FOD Financiën, met haar procedures en de kwalificaties van haar ambtenaren. De bedoeling van deze wet was om een en ander te vereenvoudigen.

Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag in principe worden ingediend bij de adviseur-generaal van "de Administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd”. Maar de aanvraag is nu ook ontvankelijk als deze gericht is aan de ambtenaren van die Administratie of van de administratie die belast is met de inning en invordering van inkomstenbelastingen. Zij kan bovendien ook worden ingediend bij de fiscale bemiddelingsdienst. Deze administraties en diensten zijn dan gelast met het doorsturen van het verzoek naar de bevoegde autoriteit: de adviseur-generaal.

Opschorting van de administratieve beroepen

Tot nu toe was de fiscale bemiddelingsprocedure onderhevig aan een bepaald stelsel: wanneer een administratief beroep werd ingesteld (bijvoorbeeld een klacht of een verzoek tot ambtshalve ontheffing), belette niets de administratie om haar beslissing uit te spreken in het kader van het beroep, terwijl tegelijkertijd een bemiddelingsprocedure werd opgestart.

De FOD kon immers een beslissing nemen zonder hiervoor het advies van de bemiddelingsdienst af te wachten. Er kon zich dus de absurde situatie voordoen, waarbij de bemiddeling op het punt stond afgerond te worden op het ogenblik dat de belastingadministratie het dossier naar zich toe trok en een beslissing nam net voordat de bemiddelingsprocedure werd afgesloten en zonder het resultaat van deze laatste bij haar beslissing in overweging te nemen. De bemiddelingsprocedure had in dat geval dan ook totaal geen effect en het werk van de fiscale bemiddelingsdienst was nutteloos geweest.

Opdat een aanvraag tot fiscale bemiddeling die samen met een administratief beroep werd ingediend, tot een goed einde kon worden gebracht, was het dus nodig dat het administratief beroep niet uitmondde in een beslissing vóór het einde van de bemiddelingsprocedure.

De situatie is er inmiddels op vooruit gegaan. Zodra de aanvraag tot bemiddeling ontvankelijk is verklaard, worden alle voorgaande procedures opgeschort. Een bezwaarprocedure, een procedure tot ambtshalve ontheffing of elk ander administratief beroep zal dus bevroren worden zodra de aanvraag tot bemiddeling ontvankelijk is verklaard en dit tot het bemiddelingsverslag is goedgekeurd. De wet voorziet hierop uitzonderingen in geval van afstand, van voorafgaand akkoord tussen de betrokken partijen of indien de rechten van de Schatkist in het gedrang zijn.

  • Duur van de opschorting

De opschortende werking van de bemiddeling heeft effect tot uiterlijk de maand vóór het verstrijken van de te respecteren periode voordat men naar de rechtbank kan stappen indien er nog geen beslissing werd genomen in verband met het bezwaarschrift of de ambtshalve ontheffing. Indien de administratie zes maanden na het bezwaarschrift of de aanvraag tot ambtshalve ontheffing geen beslissing heeft genomen, dan heeft de belastingplichtige de mogelijkheid om zich tot de rechtbank te wenden. Indien binnen deze termijn een aanvraag tot bemiddeling wordt ingediend, dan wordt de termijn verlengd met 4 maanden. Men moet dus 10 maanden (of 13 maanden) wachten alvorens de zaak voor de rechtbank te brengen. En het verzoek tot bemiddeling verliest zijn opschortend effect 1 maand vóór het verstrijken van de periode, dat wil zeggen na 9 maanden (of 12). [1]

Wat als de belastingplichtige een klacht neerlegt, binnen de 6 maanden (of 9) geen beslissing verkrijgt en vervolgens beslist om een aanvraag tot fiscale bemiddeling in te dienen?

In dit geval voorziet de wet dat de fiscale bemiddeling geen opschortend effect heeft. De administratie hoeft niet te wachten op het bemiddelingsverslag om een beslissing te nemen. De belastingplichtige van zijn kant kan op elk moment beslissen om naar de rechtbank te gaan.

[1Nieuw artikel 1385undecies 2e lid van het Gerechtelijk Wetboek

Agenda

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief