Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Info & Tools

Elektriciteitsrekeningen onderworpen aan de verjaringstermijn van een jaar

De traditionele visie, bevestigd door de rechtspraak, was dat energiefacturen onderworpen zijn aan een verjaringstermijn van 5 jaar op basis van artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek.

Een vrederechter te Grâce-Hollogne had deze visie evenwel reeds in 2011 ondermijnd door te oordelen dat energierekeningen na één jaar verjaren, dit op basis van 2272 van het Burgerlijk Wetboek (zie onze nieuwsbrief van juli 2013).

Het Hof van Beroep te Bergen oordeelde in dezelfde zin als voornoemde vrederechter, in een arrest van 13 maart 2014.

Het Hof van Cassatie heeft deze rechtspraak bevestigd in een recent arrest van 8 januari 2015.

Er lijkt dus een kleine revolutie in de maak…

Een woordje uitleg :

Artikel 2272 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat "De rechtsvordering van kooplieden, wegens de koopwaren die zij verkopen aan personen die geen koopman zijn [...] verjaart door verloop van een jaar".

Deze korte verjaringstermijn is gegrond op een vermoeden van betaling. Men gaat er inderdaad van uit dat de verplichting waarop deze verjaringstermijn van toepassing is, het voorwerp uitmaakt van een onmiddellijk betaling door de schuldenaar. De wetgever heeft willen voorkomen dat weinig scrupuleuze schuldeisers van hun klanten een betaling zouden kunnen vorderen van een reeds vereffende schuld.

In de loop der tijd is in de rechtspraak een preciezere definitie ontstaan van de begrippen "koopman" en "personen die geen koopman zijn". Tegenwoordig zouden we het eerder hebben over onderneming en consument.

Het bijzondere aan de korte verjaringstermijn is dat deze vatbaar is voor interversie (artikel 2274 van het Burgerlijk Wetboek): indien de schuldeiser beschikt over een schriftelijk bewijs van de schuld, kan deze de verjaringstermijn omkeren, waardoor de klassieke termijn van toepassing wordt.

Niet elk schriftelijk bewijs biedt de "koopman" evenwel de mogelijk om de verjaring om te keren: het bewijs moet namelijk uitgaan van de "persoon die geen koopman is" (consument) (bijv. een door de consument ondertekende bestelbon, een uitdrukkelijk aanvaarde factuur…).

Zo heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat de facturen uitgegeven door Electrabel geen schriftelijk bewijs van schuld uitmaken op basis waarvan de onderneming de korte verjaringstermijn zou kunnen omkeren.

Deze nieuwe interpretatie van het Hof van Cassatie is niet zonder gevolgen, want men kan eruit afleiden dat, om soortgelijke redenen, alle leveringen die al dan niet het voorwerp uitmaken van een factuur binnen het toepassingsveld kunnen vallen van de korte verjaringstermijn van 1 jaar (artikel 2272 BW).

Agenda

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief